dinsdag, 22 september 2009 13:30

Zoon van de Pampa

Geschreven door Rob Hogendoorn
rob_hogendoorn.jpgWat hebben Ahold-medewerkers Paul, Patrick, Frans, Kees, Margriet, Adri, Wilco, Martijn, Loiloi Li (!), Glenn Kenneth, Irma, Frank, Friso, en Dennis met elkaar gemeen?

Dat ze zonder een stap te verzetten op zondag 20 september jl. aan de tien Engelse mijl (16 km.) van de Dam tot Dam Loop hebben deelgenomen. Hoe dat mogelijk is zal echter voor altijd een raadsel blijven. My lips are sealed.

Enkele uren daarvoor verzamelden zich een veertiental anonieme Thoffers, aangevuld met Ellen en Ron, allen – op twee na – in het bezit van een geheimzinnige witte envelop en met ondeugende blikken in de ogen bij de Hofstede, vanwaar zij richting Zaandam togen. Ik was één van hen, en, het is niet anders, ik was niet helemaal mijzelf, die dag. Ik voelde me, wat zal ik zeggen, anders dan anders. Als een zwartgelokte, bronzen Adonis van de emballage, of zoiets.

Filiaalhouder Frans Vlieger nam als altijd ferm de leiding en stuurde zijn afdeling, kletsende cassières incluis, met vaste hand richting het moederland, de Zaanstreek. Daar stapten wij over in een tweedelige bus waarin ik voor het eerste in lange jaren weer eens op een draaischijf stond. Dit wonder van vernunft bracht ons naar de AH XL tent, ver van de meute, waar wij ons tegoed deden aan dranken en spijzen in overvloed. Van de versafdeling tot de zuivel, van het brood tot de koek en limonade: Alles lag voor het grijpen. Zelfs de koffie in de bekende roodgeruite beker was aanwezig! Het enige dat ontbrak was een kassa.

Wij kleedden ons om in het uniform van filiaal Maasland, sloegen proviand en dorstlessers in en verplaatsten ons – ook dit keer per OV-wagon – richting hoofdstad. Daar aangekomen liet het filiaal Maasland zich vereeuwigen door een huisfotograaf, en verbracht de tijd tot de start met flaneren, zonnen, meimeren, frunniken en kleine en grote boodschappen op de afdeling sanitair. Eenmaal aangekomen in het startvak bleek dat zich daar heel Ahold (op bovengenoemde namen na) had verzameld. Duizenden lopers in hetzelfde wit-blauwe shirt! Na een korte – voor mij te korte, zo zou later blijken – warming-up onder leiding van twee Dolly Dots schoten de confetti-kanonnen ons weg, en begon het filiaal Maasland aan de race naar het hoofdkantoor.

Vanzelfsprekend sprinten de jongens en het meisje van de administratie – als veulens die voor het eerst de wei in mogen – meteen naar voren. Hen zag filiaalchef Vlieger pas terug bij de finish, waar zij hem, met gloeiende wangen van opwinding, dwars door elkaar hun Zaanse avonturen vertelden. Wij, noeste, trouwe krachten van de afdeling vers, de kassa, het magazijn, de Gall & Gall en het postagentschap, pakten het anders aan. Rustige en met beleid bepaalde chef Vlieger het tempo, en zag erop toe dat zijn afdeling bij elkaar bleef. De bescheiden en ervaren Dennis gaf aan een eigen tempo te zullen lopen.

En ik? Al in de IJ-tunnel voelde ik dat het gekozen aanvangstempo mij bij gebrek aan warming-up op zou breken. Mijn gebronsde godentorso en donkere krullen ten spijt, protesteerde mijn authentiek Bataafs onderstel – ik ben de vrucht van de kortstondige liefde tussen een vurige Braziliaanse samba-danseres en een Rotterdamse ketelbink –dat deze Adonis uit de polder zo niet door kon gaan. Mijn verstand won het na vijf kilometer van mijn eer, altijd een strijd voor mediterrane temparementen als het mijne, en ik liep de tien mijl, met enkele korte onderbrekingen veroorzaakt door een zogenaamd loge-syndroom, uit in eigen tempo.

De laatste kilometers gaven mij als Latino-Bataaf het gevoel toerist te zijn in eigen land, en toonde de Zaanstreek op zijn best. Overal toeschouwers, muziek, dans, kortom, volop sfeer en gezelligheid. Carnaval! Ondanks het superieure, welhaast Braziliaanse voetbal dat men er speelt ben ik geen liefhebber van de Amsterdamse tongval en humor, maar deze keer heb ik er echt van kunnen genieten. Heel, heel af en toe kreeg ik een kortstondig, plaatsvervangend Elfstedengevoel, als werden wij gedragen door het publiek. Het was warm, erg warm zelfs, ook voor een zoon van de Pampa als ik, maar gaandeweg verdween de zon achter de wolken en vormde de temperatuur geen probleem meer.

Althans niet voor mij. Omdat wij tot de latere startgroepen behoorden haalde ik nogal wat achterblijvers in. Ook dat bleek een ervaring op zich. Later zou blijken dat een van hen vlak voor de finishlijn in Zaandam overleed aan een hartstilstand. Er zal wellicht geen enkel verband bestaan, maar feit dat is meer dan een enkeling volkomen onvoorbereid lijkt deel te nemen. Het hart wint het nog wel eens van het hoofd, in dit koude kikkerland.

Eenmaal over de finish was het filiaal Maasland snel weer compleet. Ik was ondanks mijn tussenstops tevreden, die zullen in Etten Leur niet meer nodig zijn weet ik uit ervaring. Dat LoiLoi Li graag met de jongens van de administratie in het zwembad wilde chillen, gaf mij de kans de achterbank met de struise Irma Kurk van de zuivel te delen. Wat die geschiedenis vertelt zeg ik niet. Het was een betoverend einde van een meeslepende dag, maar er moet iets te raden blijven. My lips are sealed.

 Glenn Kenneth Rogadoorn rob_hogendoorn.jpg

Gelezen: 217 keer Laatst aangepast op maandag, 13 september 2010 12:04

Volgende trainingen


Bekijk het schema