zondag, 07 november 2010 08:42

Het Monster in mij

Geschreven door Rob Hoogendoorn

rob_hoogendoorn.jpgRob Hogendoorn

Ineens wist ik het: ik zou een week na de voor mij teleurstellend verlopen halve marathon van Etten-Leur gewoon......

nóg een halve marathon lopen. Alsof het niks is. Zo gek is dat trouwens niet: in de aanloop naar Etten-Leur liepen we soms ook twee maal achttien of negentien kilometer in iets meer dan een week. En dat is me nooit slecht bekomen. Omdat mijn wedstrijdtempo niet wezenlijk verschilt van mijn trainingstempo (een slechte zaak, ik weet het, maar ik kan gewoon niet harder dan hard) zou ik deze spontane inval gewoon als een ingelaste lange duurloop beschouwen.

Ik had Frans Plieger en Ron Veldhoen er al over horen spreken: dit weekend zou de halve marathon van Monster verlopen worden. Het parcours voert via een rondje dorpskern een kilometer of zeven, acht richting Kijkduin, daar het strand op, en vervolgens acht kilometer langs de vloedlijn terug tot voorbij ‘s Gravenzande. Daar de duinen over en langs het fietspad terug naar Monster. Net iets voor mij.

Om de een of andere reden is de strijd met de elementen mij altijd goed bevallen: ik voer liever een gevecht met wind, zand, zee en de zwaartekracht dan met de lopers om mij heen. Vechten tegen de tijd zie ik als een hopeloze zaak. Tijd is een illusie. Gezichtsbedrog. Doe mij maar het hier en nu: deze wind, dit zand, die golf en dat duin daar in de verte. Tijdens het lopen filosofeer ik het liefst over het leven, de dood, en het eeuwige misverstand tussen man en vrouw.

En dus niet over de vraag of ik erin zal slagen de loper voor mij de loef af te steken. Of ik ‘mijn’ tijd zal kunnen verbeteren. Immers, hoe zou dat kunnen? Je kunt toch geen twee keer in dezelfde rivier stappen? Alles is vergankelijk. Iedere dag is anders. Elke loop is er één. En een mens (‘mens’ is Latijn voor ‘geest’) verandert van moment tot moment. Ik ben niet wie ik was of zal zijn. Ik ben. Of niet. Een tijd is niet van mij, maar van de tijd zelf.

Frans zag er geen bezwaar in dat ik zo snel na de vorige nog een halve marathon zou lopen en bood aan mij en Ron op te halen. Een uur later zaten we in de auto. Parkeren in Monster. Inschrijven in de sporthal. Op de foto met andere Thoffers. Teruglopen. Korte warming-up. Klaar voor de start. We spraken af ieder onze eigen wedstrijd te lopen. Dat is voor mij ook beter, want het aanvangstempo van de meeste andere lopers is mij te hoog. Dat brak me in Etten-Leur lelijk op: ik heb het nog nooit zo zwaar gehad. In Monster ging ik daarom behoudend van start, met het idee in gesprek met het strand te bepalen welke snelheid ik vlak zou blijven lopen.

Op het strand bleken wind, zee en zand dit keer geen verwoede tegenstanders. De elementen hadden een dag vrij: stilte na de storm. Het achterveld (mijn natuurlijke habitat) liep op een droge strook strand die door voorgaande lopers in een pad was veranderd, de zee bleek op zijn retour en het was windstil. Niet dat acht kilometer vloedlijn daarom niets voorstelt. Het is een heel eind, vooral omdat de horizon alleen maar lijkt te wijken.

Maar het mooie is: lopen op het strand is heel erg hier en nu. Op het ruisen van de branding en hier en daar een bemoedigende kreet van een verdwaalde toeschouwer na is het stil. Af en toe loopt je een hond of ruiter te paard tegemoet. Als je geluk hebt kijken ze je een beetje verbaasd aan. Groepen vallen uiteen. Lopers worden gedragen door hun eigen werkelijkheid. Echter dan dit wordt het leven niet. Adem. Afzet. Landing. Adem. Afzet. Landing. Inspelen op de dichtheid van het zand. In de rechter ooghoek aangolvend schuim. Zout water op de huid, zoet water op de lippen. Niets is blijvend, alles stroomt. Daarmee vergeleken is de terugkeer naar het dorp over het asfalt en de klinkers bijna een misverstand. Wiens onzalige idee is het om zo’n loop te laten eindigen?

Over het leven, de dood en het misverstand tussen man en vrouw had ik weinig bijzondere gedachten vandaag. Maar wel over het monster in mij. Het is het monster dat zegt: schiet op, ga met de groep mee; je loopt te hard; je loopt te langzaam; wacht op mij; dit wordt niks; je bent geen loper; je bent te zwaar; vorige keer ging het wel goed; straks, volgende week, over een maand misschien wordt het beter. Dat was de teleurstelling van Etten-Leur, begrijp ik nu: het monster leidde mijn aandacht af van het heden. Verleden en toekomst benamen me het zicht op het hier en nu. Ik liep tegen een denkbeeldig zelf. Daarmee werd in Monster korte metten gemaakt. Voorgoed? Dat weet ik niet. Maar ik zal het niet vergeten. En mijn tijd? Tijd zat. Genoeg om in het hier en nu te lopen.rob_hoogendoorn.jpg

Gelezen: 169 keer Laatst aangepast op vrijdag, 27 januari 2012 13:48

Volgende trainingen


Bekijk het schema